Picolaser en nanolaser: het verschil
Het onderscheid tussen een nanolaser en een picolaser zit in de duur van de puls. Die duur bepaalt hoe het pigment breekt en hoeveel warmte er in de huid achterblijft.
Nanoseconden tegenover picoseconden
Een nanoseconde is een miljardste seconde. Een picoseconde is duizend keer korter. Een nanolaser, meestal een Q-switched Nd:YAG, verhit het pigmentdeeltje zo snel dat het door de warmteschok uit elkaar valt. Een picolaser werkt zo kort dat het effect vooral mechanisch is: het deeltje wordt door de drukgolf verbrijzeld in plaats van verhit.
| Nanolaser | Picolaser | |
|---|---|---|
| Pulsduur | Miljardsten van een seconde | Biljoensten van een seconde |
| Werking | Vooral thermisch | Vooral mechanisch |
| Deeltjesgrootte na de puls | Klein | Kleiner, makkelijker af te voeren |
| Warmte in de huid | Meer | Minder |
| Sterk bij | Zwart en donkerblauw, dieper pigment | Lastige kleuren en restanten |
Waarom beide apparaten naast elkaar staan
Een picolaser is niet in alle gevallen de betere keuze. Diep en zwaar zwart werk reageert vaak prima op een nanolaser, terwijl hardnekkige kleurresten en fijn pigment beter op een picolaser reageren. Klinieken die maar over een van de twee beschikken, moeten alles met dat ene apparaat oplossen. Bij Tattoo No More staan beide typen, zodat per sessie gekozen kan worden.
Marketing en werkelijkheid
Rond picolasers wordt veel geadverteerd met beloftes over halvering van het aantal sessies. In de praktijk hangt de winst af van kleur, diepte, huidtype en de ervaring van de behandelaar. Een picolaser in ongeoefende handen levert minder op dan een nanolaser bij iemand die duizenden behandelingen heeft gedaan. Het apparaat is een onderdeel van de uitkomst, niet de hele uitkomst.
Vraag bij het vergelijken van klinieken welke golflengtes beschikbaar zijn en welk type laser voor welke kleur wordt ingezet. Een concreet antwoord daarop zegt meer dan een merknaam op de gevel.